Hoe werkt een klikgebit?
Een gewoon kunstgebit rust alleen op het tandvlees. Het blijft zitten door zuigkracht. Vooral onderin kan dat lastig zijn. De tong en wangen duwen het gebit daar makkelijk weg.
Een klikgebit heeft meer houvast. In de kaak zitten twee of meer implantaten of een paar eigen wortels. Daarop zitten drukknopjes of een staafje. In het kunstgebit zitten klikjes die daarover passen. Zo zit het gebit vast, maar kunt u het zelf uitnemen. Er zijn twee vormen:
- Op implantaten: kunstwortels van titanium in de kaak. Dit is wat de meeste mensen een klikgebit noemen.
- Op eigen wortels: we bewaren een paar gezonde wortels, vaak van de hoektanden. De tanden zelf slijpen we af tot net boven het tandvlees.
Wat zijn de voordelen?
Veel mensen met een los ondergebit merken met een klikgebit een groot verschil. Het is wel een behandeling in meerdere stappen.
- Het gebit schuift minder bij eten en praten.
- U kunt vaak beter kauwen dan met een gewoon kunstgebit.
- De kaak slinkt minder snel, omdat implantaten of wortels een deel van de kauwdruk opvangen.
- Kleefpasta is meestal niet meer nodig.
Hoe verloopt de behandeling?
De stappen hangen af van de vorm die bij u past. Vooraf krijgt u de stappen, de alternatieven en de kosten op papier.
Onderzoek
We bekijken uw mond en maken röntgenfoto’s. Zo zien we hoeveel kaakbot er is of welke wortels geschikt zijn.
Voorbereiden
Kiest u voor implantaten, dan plaatsen we die eerst. Ze groeien in enkele maanden vast. U draagt in die tijd uw eigen of een tijdelijk kunstgebit. Bij eigen wortels krijgen de wortels die blijven een wortelkanaalbehandeling. Tanden die niet blijven, trekken we.
Afdrukken en beet
We maken afdrukken van uw kaken. Ook leggen we vast hoe boven- en onderkaak op elkaar sluiten.
Kleur en vorm
U kiest samen met ons de kleur en vorm van de kunsttanden. Vertel gerust wat u mooi vond aan uw eigen tanden of juist niet.
Passen en plaatsen
Ons eigen lab maakt het klikgebit. We passen het eerst tussentijds. Zo kunnen we nog bijsturen. Daarna maken we het af en plaatsen we het.
Hoe went u aan een klikgebit?
De eerste weken zijn wennen. Praten kan anders klinken. Oefen door hardop te lezen. Dat gaat meestal snel beter.
Begin met zacht eten in kleine stukjes. Kauw aan beide kanten tegelijk. Bijt liever niet af met uw voortanden. Kleine drukplekken verhelpen we bij een controle.
Het in- en uitklikken gaat in het begin wat stroef. Druk het gebit met uw vingers op zijn plek. Bijt het niet vast. Dat kan de klikjes beschadigen.
Hoe verzorgt u een klikgebit?
Een klikgebit vraagt elke dag zorg voor het gebit en voor uw mond.
- Haal het gebit na het eten uit en spoel het af.
- Borstel het gebit elke dag met een protheseborstel, water en een beetje zeep. Gebruik geen tandpasta. Die maakt krasjes.
- Poets de implantaten, knopjes of wortels twee keer per dag met een zachte tandenborstel. Onder een staafje maakt u schoon met een rager.
- Heeft u eigen wortels? Poets die met fluoridetandpasta. Wortels kunnen nog gaatjes krijgen.
- Doe het gebit ’s nachts uit. Zo krijgen uw tandvlees en kaken rust. Bewaar het schoon in een bakje of in een glas water.
- Maak het gebit schoon boven een wasbak met water of een handdoek. Zo breekt het niet als het valt.
Wat verandert er na verloop van tijd?
Ook met een klikgebit verandert uw mond langzaam. De klikjes slijten en moeten af en toe worden vervangen. Slinkt de kaak onder het gebit, dan kan het gaan schommelen. We maken het dan weer passend met een nieuwe laag aan de binnenkant. Kom daarom ook zonder klachten regelmatig op controle.
Wanneer belt u ons?
- Het gebit klikt niet meer goed vast of zit los.
- U heeft een drukplek of wondje dat na een paar dagen niet beter wordt.
- Het tandvlees rond een implantaat of wortel is rood, dik of bloedt.
- Er is een klikje, knopje of stukje van het gebit afgebroken.