HomePatiëntinformatieHet wisselen van het gebit

Het wisselen van het gebit

Rond het zesde jaar begint uw kind te wisselen. In een aantal jaren maken de melktanden plaats voor het blijvend gebit. Dat roept vaak vragen op. Is dit normaal? Wat kunt u zelf doen?

Hoe verloopt het wisselen?

Onder elke melktand groeit een blijvende tand. Die lost de wortel van de melktand langzaam op. De melktand gaat wiebelen en valt uit. De nieuwe tand neemt zijn plek in. Meestal gaat het in deze volgorde:

  • Rond 6 jaar: de eerste blijvende kiezen, achter de laatste melkkiezen.
  • Van 6 tot 9 jaar: de snijtanden, eerst onder en dan boven.
  • Van 9 tot 12 jaar: de hoektanden en de kleine kiezen, op de plek van de melkkiezen.
  • Rond 12 jaar: de tweede blijvende kiezen, achter de eerste.
  • Vanaf ongeveer 18 jaar: de verstandskiezen. Niet iedereen krijgt ze.

Waarom verdienen de nieuwe kiezen extra aandacht?

De eerste blijvende kiezen breken door zonder dat er een melktand uitvalt. Ze staan achteraan en eerst wat lager. Daardoor worden ze makkelijk vergeten bij het poetsen.

Het glazuur, de harde buitenlaag van een nieuwe kies, is de eerste tijd nog niet sterk. In de groefjes op het kauwvlak blijft makkelijk tandplak zitten. Juist daar ontstaan snel gaatjes (cariës). Zet de borstel daarom dwars in de mond, zodat de haren de nieuwe kies raken.

Het tandvlees rond een doorbrekende kies kan dik en gevoelig zijn. Dat is normaal. Poets er toch voorzichtig langs.

Wat is normaal tijdens het wisselen?

Elk kind heeft zijn eigen tempo. Een jaar eerder of later is meestal geen reden tot zorg. Ook deze dingen horen erbij:

  • Nieuwe voortanden lijken geler dan de melktanden ernaast. Blijvende tanden zijn van nature wat donkerder. Poetsen maakt ze niet witter.
  • Nieuwe snijtanden hebben vaak een kartelrand met drie bobbeltjes. Die slijt in de loop van de jaren vanzelf.
  • De tanden staan eerst wat scheef of dicht op elkaar. De kaak groeit nog. Vaak komt het vanzelf goed.
  • Een losse melktand mag uw kind zelf los wiebelen.

Hoe zit het met duimen en tongpersen?

Duimen, vingerzuigen of een speen kunnen de stand van de nieuwe voortanden veranderen. Dat geldt ook voor tongpersen: de tong bij het slikken tegen of tussen de tanden duwen.

Probeer het zuigen af te leren voordat de blijvende voortanden komen. Afleiding of een kleine beloning kan helpen. Lukt het niet, vraag ons dan om advies.

Wat doet u bij een ongelukje?

Kinderen vallen weleens op hun mond. Bel ons dan meteen op 0521 - 59 28 90. Buiten openingstijden belt u de spoedlijn 0900 - 8602.

  • Zoek de tand of de losse stukjes op en neem ze mee.
  • Zet een melktand nooit terug. Dat kan de blijvende tand eronder beschadigen.
  • Pak een blijvende tand vast aan de kroon, niet aan de wortel. Schrob hem niet schoon.
  • Bewaar een blijvende tand of een afgebroken stukje in melk en kom direct. Snelheid is belangrijk.

Wanneer belt u ons?

  • Uw kind is 8 jaar en er is nog geen enkele tand gewisseld.
  • Aan één kant is een tand al gewisseld, maar dezelfde tand aan de andere kant zit na een half jaar nog vast.
  • Een nieuwe tand komt door terwijl de melktand nog stevig vastzit. U ziet dan twee tanden achter elkaar.
  • Uw kind heeft lang pijn of een dikke, rode plek bij een doorbrekende kies.
  • Een tand is beschadigd of uitgevallen door een val of klap.

Veel pijn, een ongeluk of een nabloeding buiten openingstijden? Lees wat u bij spoed doet.

Het wisselen van het gebit

Veelgestelde vragen

Moet een melktand achter de nieuwe tand getrokken worden?

Niet altijd. Vaak wordt hij vanzelf los. Blijft hij stevig zitten, dan kijken wij of trekken nodig is.

Doet wisselen pijn?

Meestal valt het mee. Het tandvlees kan rond een doorbrekende tand of kies wat gevoelig zijn. Blijf daar toch voorzichtig poetsen.

Heeft mijn kind een beugel nodig als de tanden scheef komen?

Vaak niet. Veel tanden gaan vanzelf beter staan als de kaak groeit. Wij kijken bij de controle mee en verwijzen zo nodig naar een orthodontist.